Alastair Reynolds

Alastair Reynolds (2001)Leiden, 4 juli 2001
Dit interview is gepubliceerd in SF Terra nr. 172/173

4 juli 2001 was een spannende dag voor mij: het was de dag waarop ik mijn allereerste interview afnam. Achteraf bleken mijn zenuwen totaal overbodig te zijn geweest, want Alastair Reynolds bleek een zeer aimabel iemand waarmee je een prima gesprek kunt voeren.
Het interview vond plaats in de stationsrestauratie van Leiden Centraal.

Wie is Alastair Reynolds?
Alastair Reynolds werd in 1966 geboren in het plaatsje Barry, South Wales (Engeland). Hij groeide daar niet op, maar bracht zijn eerste jaren door in Cornwall. Hij keerde later terug naar South Wales, naar het plaatsje Bridgend (ergens tussen Cardiff en Swansea).
Van 1977 tot 1985 volgde hij een opleiding aan de Pencoed Comprehensive School en studeerde vervolgens in Newcastle fysica en astronomie. Zijn PhD in de astronomie behaalde hij in St. Andrews (Schotland).
Nadat hij was afgestudeerd verhuisde hij in 1991 naar Nederland (Noordwijk) waar hij al snel zijn partner Josette ontmoette.
Van 1991-1994 werkte hij bij de ESA (Noordwijk), van 1994-1996 aan de Universiteit Utrecht om vervolgens weer terug te keren naar de ESA waar hij tot aan vandaag nog steeds werkzaam is.

Alastair vindt zichzelf het type ‘kat uit de boom kijken’ en vrij stil (alhoewel ik denk dat dit wel meevalt!). Hij luistert graag naar mensen en heeft veel vrienden.
Zijn muzikale voorkeur gaat uit naar de muziek van de Engelse popgroep The Chameleons en zoals hij het zelf zegt: ‘gloomy guitar music’, maar hij houdt ook van klassieke muziek.
Hedendaagse SF films en series zijn niet echt favoriet. Alastair is van mening dat deze niets toevoegen aan het genre: “Het is eigenlijk alleen maar actie, geen zaken die je brein activeren”. Een aflevering van Stargate of Babylon 5 b.v. heeft hij nog nooit gezien! Films die hij wel goed vindt zijn Brazil en Blade Runner. Blade Runner was in zijn opinie origineel, voegde iets toe. De film A.I. is ook een film die hij wil gaan zien. De SF films van zo’n 40 jaar geleden vindt hij daarentegen wel goed. Deze waren, net als Blade Runner, origineel en voegden iets toe aan het genre.

Ook mag hij graag lezen, tenminste voorzover er tijd voor is. Alastair leest het liefst SF (space opera) en misdaad. Zijn favoriete schrijvers zijn o.a. Philip K. Dick, Isaac Asimov, Arthur C. Clarke en Larry Niven.
Hij was zich er niet van bewust dat er in Nederland zo’n grote Jack Vance aanhang bestond. In Engeland was dit niet zo. Hij heeft ook nog nooit iets van hem gelezen, alhoewel er nu wel een Jack Vance te vinden is op de plank ‘nog te lezen boeken’.

Verder houdt hij van schilderen, en is daar ook nog steeds actief mee bezig. Hij heeft vroeger zelfs de keuze moeten maken tussen een kunststudie of de studie astronomie die hij uiteindelijk heeft gevolgd.

Zijn carrière als auteur
Schrijven zat er al vroeg in: op zijn 13e-14e schreef hij zijn eerste verhaal. In die tijd kwam hij er achter dat er speciale SF magazines bestonden en nam direct een abonnement op het blad Interzone.
Het schrijven was in het begin eigenlijk gewoon een hobby. Hij deed dit omdat hij het leuk vond, niet om er geld mee te verdienen. Door zijn studie was er sowieso niet echt veel tijd om te schrijven: “Als 18 jarige leef je nu eenmaal snel”, volgens Alastair. Hij spendeerde gemiddeld 1 tot 2 avonden per week aan het schrijven.

Alastair schrijft alleen maar als hij er echt zin in heeft. Hij probeert wel gedisciplineerd te schrijven: zijn streven is ca 1500 woorden per avond. Maar als er iets leuks of bijzonders te beleven is laat hij ‘de boel de boel’ en gaat lekker kijken of genieten. Hij geeft een voorbeeld: “Op 3 juli jl. kreeg ik een telefoontje van een bevriende vogelaar dat er in de Noordwijkse duinen 18 vale gieren waren gesignaleerd. Een uitzonderlijk gebeuren in Nederland (het haalde zelfs de kranten). Ik zette mijn pc ging uit ging kijken”.

Hij schrijft zijn boeken in zijn eigen werkkamer. Dat gaat volgens een vast ritueel: “Meestal start ik met de deur open en zet een muziekje op. Wanneer het niet echt lekker gaat doe ik mijn deur dicht. Gaat het wel lekker, dan blijft de deur open en vergeet ik een nieuw muziekje op te zetten. Vervolgens sluit mijn vriendin dan de deur om mij niet te storen”. Hij voelt zich erg tevreden als het goed gaat met het schrijven en beleeft er ook heel veel plezier aan.

In zijn beginperiode als auteur stuurde hij regelmatig korte verhalen naar SF magazines. Deze werden vaak geweigerd. Bij de pakken neer zitten is niet zijn stijl, maar hij ging het verhaal ook niet zitten editten om het te verbeteren en opnieuw in te sturen. Hij begon gewoon aan een nieuw verhaal en stuurde dit vervolgens weer in. Uiteindelijk leidde deze werkwijze tot resultaat. Zijn eerste (betaalde) verhaal werd in juni 1990 in het SF magazine Interzone gepubliceerd: Nunivk Snowflakes.

Larry Niven en Arthur C. Clarke zijn auteurs die invloed hebben gehad op zijn manier van schrijven.

Hoe komt een verhaal tot stand?
Alastair werkt niet met een echte planning, liefst zo min mogelijk planning eigenlijk.
Het begint met een vaag idee in zijn hoofd dat stukje bij beetje wordt uitgewerkt. Het verhaal wordt vervolgens eerst op papier geschetst. Hij heeft in zijn hoofd hoe het er uitziet en hoe het moet worden.
Post-it briefjes worden gebruikt om notities op te zetten, op zijn beeldscherm geplakt om vervolgens weer zoek te raken. Hij werkt ook niet met een storyboard of iets dergelijks, iets wat veel schrijvers wel doen. Het gevolg hiervan is wel dat er veel moet worden herschrijven. De conceptversie van een verhaal is dan ook vaak anderhalf maal zo lang als het uiteindelijke verhaal.

Verder bezit Alastair een uitgebreide bibliotheek met o.a. wetenschappelijke boeken en tijdschriften (ook weer volgeplakt met post-it briefjes) waaruit hij zijn informatie haalt. In de praktijk maakt hij hier niet al teveel gebruik van. Door zijn beroep als astronoom heeft hij nu eenmaal al veel gegevens in zijn hoofd zitten.
Een verhaal groeit langzaam maar gestaag. Het hele proces van het schrijven van een boek neemt circa 2-3 jaar in beslag.
Door zijn schrijfstijl (geen planning, vage plotlijn bij de start van het verhaal) komt het af en toe voor dat hij in de loop van het verhaal een karakter moet aanpassen omdat de daden van het karakter niet meer passen bij datgene wat hij eerder schreef. Echte affiniteit met zijn karakters heeft hij niet. Wanneer een verhaal gereed is heeft hij er geen emotionele band meer mee en begint direct aan een volgend verhaal.

Heinlein stelde ooit er op tegen te zijn om voltooide boeken te gaan editten/herschrijven. Alastair is het met deze stelling niet eens. Hij is van mening dat Heinlein zich dit alleen kon permitteren omdat hij veel levenservaring had щn het talent om iets in щщn keer goed te doen. Zelf heeft hij hier totaal geen problemen mee. Er is een goede band met zijn uitgever en het editten/herschrijven gaat altijd in goed gezamenlijk overleg.

Het contract met de uitgever verplicht een schrijver tot het schrijven van een boek. Er moet een plot worden ingeleverd, een korte abstract van het verhaal. Dat is iets wat Alastair nog wel eens in de problemen brengt doordat hij aan het begin van een verhaal meestal alleen maar een zeer vaag idee heeft over wat het uiteindelijk gaat worden.
Gelukkig zijn de deadlines met de uitgever niet al te strikt. Eщn of twee maanden uitstel is over het algemeen geen echt probleem. Voor zijn, inmiddels 3e, boek is de deadline b.v. augustus 2001, maar september of oktober zou ook nog kunnen. Vervolgens volgt tot ca. december de periode van editten en herschrijven en wordt het boek in het volgende voorjaar uitgebracht.

Debuut in Nederland
Cover Het raadsel van de AmarantinDit jaar kwam zijn eerste boek in Nederland uit bij uitgeverij Het Spectrum: ‘Het raadsel van de Amarintin’ (Revelation Space – ISBN 90 274 7207 6). Het boek werd genomineerd voor de Arthur C. Clarke Award. De Award werd uiteindelijk niet door Alastair gewonnen maar door China Mieville’s Perdido Street Station.

Alastair heeft in dit boek gekozen voor een universum waarin de mogelijkheid tot het reizen met lichtsnelheid niet bestaat. Reden hiervoor: “Er wordt tegenwoordig zoveel space-opera uitgebracht waarin dit wel mogelijk is. Gebruik je deze mogelijkheid niet, dan onderscheidt je jezelf van anderen. Verder kun je de karakters langer laten leven door ze in ‘stasis’ te laten reizen. Dit geeft dan weer de mogelijkheid een verhaal over een langere tijdspanne te schrijven. Hierdoor wordt het mogelijk om flashbacks te gebruiken zonder dat deze irritant of onbegrijpelijk zijn, of een probleem vormen voor de lezer doordat de verhaallijn onduidelijk wordt”. Een verhaal is naar de mening van Alastair pas goed als het begrijpelijk is voor de lezer.
De eerste 100 bladzijden van het (overigens verder prima geschreven) boek wekten bij mij wat irritatie op. Alastair was het met me eens dat de korte stukjes van de drie plotlijnen in het eerste deel nogal irritant zijn omdat ze domweg te kort zijn (ca. anderhalve pagina lang). Hij zou het, wanneer hij het boek nu zou schrijven, niet meer op deze wijze doen.
Meer over dit boek in mijn recensie elders op deze site.

Waarom werken in Nederland en niet Engeland?
“De British National Space Centre bestond nog niet toen ik afstudeerde. Ik reageerde op een advertentie van de ESA, vloog naar Nederland, werd aangenomen en verhuisde naar Noordwijk. Zelf dacht ik toentertijd: een jaar of twee buitenland is wel leuk. Na zes weken wist ik al dat hij in Nederland wilde blijven”.

Alastair Reynolds (2016)Wat houdt zijn werk bij de ESA in?
Alastair bouwt en onderhoud een deel van de ESA internetwebsite.
Het Astrophysics Division’s SCAM project. Dit is het ontwerpen van een nieuw apparaat (prototype) waarmee de energie/snelheid van fotons (lichtdeeltjes) kunnen worden gemeten. ESA is op dit moment in staat om 36 pixels te halen, het streven is 100 pixels. Hierdoor wordt de betrouwbaarheid vele malen groter. Het testen van het prototype wordt op laboratoriumschaal gedaan o de Canarische Eilanden, in het William Herschel observatorium. Het huren van dit observatorium is een kostbare zaak, maar noodzakelijk om te bewijzen dat het prototype werkt.
Wat doet het prototype precies? Het meet de lichtdeeltjes (fotons) wanneer b.v. een rode ster achter een witte dwerg verdwijnt. Beide geven lichtdeeltjes af en kleurverschillen die gemeten kunnen worden. Lengte- en breedtegraad worden dan precies gemeten, en de polen exact bepaald. Vervolgens volgt dan modellering.
Bij dit project verzorgt AR de data-analyse, de interpretatie van de testresultaten.
Het laatste project is het EXOSAT Medium Energy Slew Survey (EXMS) een nieuwe rіntgencatalogus, gebaseerd op verzamelde gegevens tussen 1983 en 1986.

Bestaat er buitenaards leven?
Alastair heeft geen definitieve mening over het bestaan van buitenaards leven. Op dit moment is hij van mening dat er in ons sterrenstelsel geen intelligent leven aanwezig is. Leven op een lager niveau (microben, bacteriыn etc.), ja, dat zou er kunnen zijn. Reden van deze denkwijze: ons sterrenstelsel bestaat al biljoenen jaren. Als er buitenaards intelligent leven zou bestaan, zou dat in de loop der tijden wel bewijzen achter gelaten hebben en dat is niet gebeurt. De mensheid is dus zeer waarschijnlijk uniek in ons sterrenstelsel. Wel is hij van mening dat het zoeken met behulp van radiotelescopen (b.v. het SETI-project) naar buitenaards leven door moet gaan. “Je kunt daar beter geld in stoppen dan in oorlogsvoering!”

Meer weten over Alastair Reynolds?
Surf dan eens naar zijn website: http://www.alastairreynolds.com

Sophia

Reageren is niet mogelijk